DE ELF GEBODEN
De elf
geboden van de marathonton.
De “elf geboden” zijn een aantal adviezen voor een goede marathon
voorbereiding.
Ze zijn
bedoeld om een marathon met plezier en zonder pijn te voltooien.
1.
De lange duurloop is het belangrijkste element van de
marathontraining, omdat het een goede voorbereiding is,
zowel geestelijk als lichamelijk, op de afstand van ruim 40 km. Het is
echter onverstandig om in de eerste trainingsweek
al een loop over dertig km. te plannen.
Het is de bedoeling de afstandlangzaam op te bouwen.
Het marathonschema helpt u daarbij.
2. Rust.
Het op een na belangrijkste element
van ons schema is rust. Rust is belangrijk om gezond te blijven.
De opbouw van de kilometers dat
vereist is om een marathon te lopen geeft een soort stress.
Deze spanning heeft u ook nodig,
maar uitputting moet u voorkomen.
Het doel van een training is je zo
in te spannen dat bij herstel het lichaam steeds sterker wordt.
Als men voor herstel onvoldoende
tijd neemt , komen de problemen.
Over het algemeen heeft het
spierstelsel na een grote inspanning 48 uur rust nodig.
Als het lichaam geen tijd krijgt om
te herstellen, kan dit resulteren in vermoeidheid, spierblessures,
stressfracturen
en ademhalingsproblemen. Dit alles
gaat ten koste van de training en uiteindelijk de prestatie.
3. Alternatieve
training.
Men kan met de alternatieve
training zowel uitrusten als trainen. Dit is een goede afwisseling op
het maken van kilometers,
terwijl het hart- longsysteem toch wordt aangesproken. Fietsen en
zwemmen zijn hiervoor uitstekende voorbeelden,
waaraan men ook strech-en krachttraining kunt toevoegen.
4. Het juiste
tempo.
Iedere atleet kan een marathon
uitlopen als hij of zij maar het juiste tempo aanhoudt.
Met een te hoog tempo stort men in.
Als men maar niet te snel start red je het wel.
Probeer dat tempo te vinden door te
trainen op een eigen marathon-niveau.
Om dat tempo te bepalen is
wel enig vakmanschap vereist. Gemakkelijker is het om formules los te
laten.
De meest gebruikte en makkelijke is
het verdubbelen van uw halve marathontijd; tel daar tien procent bij op
5. Snelheid.
Lopers die zich voor het eerst
voorbereiden op de marathon hoeven niet op snelheid te trainen.
De opbouw van het aantal kilometers
en training op de lange standen is voor hun lichaam al voldoende.
Snelheidstrainingen die een totaal
ander effect op het lichaam hebben, veroorzaken bij deze categorie
lopers
alleen eerder blessures. Bij de ervaren lopers is dit wat anders.
Doe een keer per week een interval-training, een heuvelloop of
vaartspel.
Denk daarnaast eens aan een snelle duurloop (eenmaal per week) waarbij
men onderweg twintig tot dertig minuten
loopt in een hoger tempo dan het marathontempo. Verhoog het tempo
zodanig dat de ademhaling zwaarder is
dan bij een normale trainingsloop, maar raak niet buiten adem.
6. Duurloop.
Er blijft in het schema nog genoeg
ruimte over om ook en gewone duurloop te doen.
Loop eens per week een
afstand die de helft is van de lange duurloop, en dat in het zelfde
tempo als die lange duurloop.
Beginners kunnen deze afstand het beste in het midden van de
week, bijvoorbeeld op woensdag doen.
7. Weektotaal.
Beginners zouden per week
twee keer zoveel kilometers als de lange duurloop moeten halen.
Als de lange duurloop bijvoorbeeld
24 km. bedraagt, komt u in die week op een totaal van 48 km.
De gevorderde loper maakt
natuurlijk meer kilometers, maar het mag niet het driedubbele van
de lange duurloop overschrijden.
Als men per week te veel kilometers maakt loopt men kans om overtraind
te raken.
De signalen van overtraining zijn vermoeidheid, zware benen en gebrek
aan plezier in het lopen.
Mocht u toch symptomen vertonen, neem dan enkele dagen rust en hervat
daarna het trainingsschema.
8. Rustweek.
Rustdagen is niet genoeg om
overtrainingen te voorkomen. De meest succesvolle marathon-schema’s
bevatten ook rustweken.
In de rustweek doet u in de lange duurloop een stapje terug.
Elke derde week moet de omvang van de lange duurloop worden
teruggebracht tot ongeveer tweederde.
Als het schema vijftien kilometer zou moeten aangeven, dan wordt dat
dus tien km.
De week daarop moet de progressie op de lange duurloop hervat
worden met b.v. zeventien km.
Ook ervaren atleten moeten om de
paar weken een stap terug om fysiek en mentaal tot rust te komen.
Zo’n week werkt ontspannend en
zorgt voor de zogenaamde supercompensatie, zodat u daarna op een
hoger trainingsniveau terecht komt.
9. Ervaring.
Voor beginners is het belangrijk om
tijdens de voorbereiding op de marathon aan enkele wedstrijden mee te
doen.
Zo raakt men vertrouwt met
wedstrijden en hoe het voelt om in een massa te lopen,
hoe men moet omgaan met vochtinname, wanneer u wat moet eten en of uw
schoenen blaren veroorzaken.
Men kan beter de fouten in minder belangrijke wedstrijden maken, zodat
u deze niet meer tegenkomt tijdens de marathon.
10. De laatste
weken.
Te veel atleten stevenen te
enthousiast op de marathon af. Het lichaam moet kunnen herstellen na
alle zware trainingsarbeid.
In de laatste twee weken voor de marathon moet u daarom het aantal km.
halveren.
In de laatste twee, drie dagen
loopt u nauwelijks. Deze rustperiode stelt niet alleen de spieren in
staat te herstellen,
maar bevordert ook de opslag van de belangrijkste brandstof
[koolhydraten] in het spierweefsel.
Waarschijnlijk is de behoefte groot
om op de dag voor de marathon nog even te lopen.
De eventuele nervositeit kan
daarmee verdwijnen, zodat een loopje van enkele kilometers ontspannend
werkt.
Zo verschijnt u op de grote dag
uitgerust aan de start.
11. Motivatie.
Sommige mensen onderschatten wat
het is om ruim veertig kilometer te lopen.
Dat vereist moed,
doorzettingsvermogen en toewijding. Als het volbrengen van een marathon
een fluitje van een cent zou zijn,
deed iedereen het. Als men niet gefixeerd is op het uitlopen van
de marathon, mislukt het.
U slaagt ook niet als u niet
gemotiveerd bent.
Het lopen en de voltooiing van de
marathon is dat wat u er voor terug krijgt.
terug