|
Tobi hierrrr
Enige tijd geleden trapte ik een
balletje met mijn 2 zoons. Ik stond daarbij in het doel en was het
mikpunt. Het trapveld is omgeven door een wal. Geregeld beklom ik deze
wal om de bal terug te brengen in het spel. Op die avond bevond zich
een kudde schapen achter de wal op een sappig grasveldje.
Tweehonderdvijftig grazende schapen, ingesloten in een licht hekwerk,
met zorg door de herder geplaatst. Een tafereel dat ik enige tijd met
tevredenheid had aanschouwd. Een prachtige kudde bezig met het vreten
van gras, een buitengewoon nuttige bezigheid. De schapen lieten
elkander met rust en genoten duidelijk van het malse gras en de sappige
blaadjes van de struiken. Tevreden met het lot, de fraaie locatie in
het park en de gepaste afstand die de bezoekers van het park
aanhielden, de hondjes netjes aan de riem. (Zet vijfentwintig
mensen in een afgesloten ruimte en binnen 10 minuten breekt de hel los;
o God maak een mak schaap van me.) Het geluk ligt in deze momenten,
iedereen herkent ze. Plaats een lijstje om zo’n tafereel en
hang het op aan de schoorsteenmantel. Aan het eind van de rit bezit
iedereen een eigen museum met gelukzalige ingelijste momenten. Zo
mijmerend liep ik terug naar de jongens die brulden om de bal. Op het
moment dat ik verdween naar de andere kant ontstond er enig rumoer bij
de schapen waar ik in eerste instantie geen aandacht aan schonk. Al
gauw hoorde ik echter een gedraaf en een geblaat dat het een lust had.
De grond dreunde onheilspellend; er was duidelijk sprake van grote
onrust in de kudde. Samen met de jongens renden we de wal op. Er was
paniek onder de schapen. Niet zo vreemd, een bruine teckel joeg de
kudde de stuipen op het lijf. Het beestje was op onverklaarbare wijze
het territorium binnengedrongen en rende dolenthousiast achter de
schapen aan die instinctief maar onbenullig op drift sloegen. Als een
vlucht spreeuwen door een onzichtbare hand gestuurd wendden en draaiden
ze in gestrekte draf van de ene hoek in de andere; keer op keer.
Het zou duidelijk niet lang meer duren voor de kudde door het raster
zou breken; we hielden onze adem in. Welke gek liet hier een hond los
tussen de schapen was onze gedachte. Het antwoord stond buiten het
hekwerk. Daar stond een koddig baasje hopeloos en machteloos met de
armen te zwaaien in een poging hemel en aarde te bewegen. Hij riep
tegen beter weten in: “Tobi hierrr”. Zonder succes, Tobi
had het uitstapje van zijn leven. Zo’n glorieuze veldtocht
had deze bruine cervelaatworst nog niet op zijn palmares staan. Het
moet voor deze ondermaatse endeldarm een machtig gevoel zijn geweest om
een kudde schapen over de kling te kunnen jagen. Heerlijk. Het baasje
riep opnieuw: “Tobi hierrrr” en nogmaals “Tobi
hierrrrrr” Steeds wanhopiger en met overslaande stem nu.
Het was een kwestie van ampele seconden voordat de kudde een vernielend
spoor door park en wijk zou aanrichten. Baasje zag de rekeningen,
schadeprocedures en verwijtende blikken van zijn vrouw en dochter
helder voor de geest. Daar ging zijn fietsvakantie. De eerste jaren zou
hij ongetwijfeld onder curatele worden gesteld. Misschien mocht hij nog
bij de lopersgroep blijven maar een biertje drinken op de vrijdagavond
zat er toch zeker niet meer in. Tennissen kon hij op zijn gebruinde
buikje schrijven. Er prikten traantjes in zijn ooghoeken. Op dat moment
kwam de almachtige in al zijn goedheid baasje te hulp. Volledig
onverwacht draaide Unox zich namelijk om en verliet, zonder de kudde
nog een blik waardig te keuren, het strijdperk. Baasje slaakte een
hoorbare zucht van verlichting en mompelde voor de vorm naar het
toegestroomde publiek nog allerlei verwensingen richting mormel.
Heerlijk tafereel. Inlijsten, ophangen en koesteren.
AtB
30-7-2008
|